Ijtihâd in iets wat "ma'lûm minad-dîn bid-darûra" is ? - Shaykh 'Abd al-'Azîz Ibn Bâz (rahimahullâh)

op . Gepost in Ahl as-Sunna wal-Jama'a

Elfde vraag :

Sommige studenten van kennis worden er door hun ijtihâd toe gebracht dat ze ingaan tegen een kwestie die ma'lûm minad-dîn bid-darûra (een kwestie van de religie die noodzakelijkerwijze gekend is) is. Is er in hetgeen ma'lûm minad-dîn bid-darûra is, ruimte voor ijtihâd ? Wij willen een advies en aandacht van uwe eminentie voor deze kwestie?



Antwoord :

In al wat gekend is van de religie door duidelijke religieuze bewijzen uit de Boek en de Sunna en de consensus van de voorgangers van de gemeenschap, is er geen ruimte voor ijtihâd. Maar volgens unanimiteit van de moslims is het verplicht om er in te geloven en er naar te handelen en te verwerpen wat er tegenin gaat. Er is geen enkel meningsverschil tussen de mensen van kennis over dit grootse fundament.

Ijtihâd is enkel voor kwesties van meningsverschil die niet duidelijk gemaakt zijn door het Boek en de Sunna. Wie het juist heeft, heeft twee beloningen. En wie het fout heeft, heeft één beloning, als hij behoort tot de mensen van kennis die bekwaam zijn voor ijtihâd en hij met waarachtigheid en zuiverheid voor Allah (subhânahu wa ta'âlâ) zijn uiterste best heeft gedaan om de waarheid te zoeken.

In de Sahîhayn op gezag van 'Amr ibn al-'Âs (radiyAllâhu 'anhu) die overleverde dat de Profeet (sallAllâhu 'alayhi wasallam) zei :

"Als de rechter oordeelt en ijtihâd verricht en hij heeft het juist, dan heeft hij twee beloningen. En als hij oordeelt en ijtihâd verricht en het fout heeft, dan heeft hij één beloning." [1]"

[Bron : "Majmû' Fatâwâ wa Maqâlât Mutanawwi'a" van Shaykh Ibn Bâz, 7/75]

----------------------------------------------------------
[1] Overgeleverd door Al-Bukhârî (7352), Muslim (1716), at-Tirmidhî (1326), Abû Dâwud (3574), Ibn Mâjah (2314) en Ahmad (4/198)


[Vertaling : ابو معاذ محمد داود]