Wie de oproep hoort en er niet heen gaat, voor hem is er geen gebed tenzij met een (shar'î) excuus - Shaykh Muhammad Nâsir ad-Dîn al-Albânî (رحمه الله)

op . Gepost in Gebed en moskee

Vraag :
 
De uitspraak van de Profeet (صلى الله عليه وسلم) : "Wie de oproep hoort en er niet heen gaat, voor hem is er geen gebed tenzij met een (shar'î) excuus." Of zoals de Boodschapper van ALLAH (صلى الله عليه وسلم) het gezegd heeft. Is de cruciale factor hier het rechtstreeks horen of het kennen van het beginuur ? In het bijzonder omdat het gehoor dezer dagen zich over talrijke kilometers kan uitstrekken omwille van luidsprekers en wat daarop lijkt.
 
Antwoord :
 
Het is zoals de vraagsteller opgemerkt heeft : de adhân herinnert aan het begin van de gebedstijd. Als de moslim zich dus het uur herinnert, dan is het hem verplicht aanwezig te zijn (bij het gebed), ongeacht of hij de adhân nu gehoord heeft of niet. Hij hoort niet als excuus te gebruiken : "Ik woon het gemeenschappelijk gebed niet bij omdat ik de adhân niet hoor." Dit excuus heeft geen enkele waarde vanuit wettelijk (shar'î) standpunt. Want de bedoeling van de adhân is om aan te kondigen. Als de aankondiging dus is gebeurd op spontane wijze - (bijvoorbeeld) een man komt naar degene die in zijn winkel is, op zijn werk, in zijn bedrijf, of thuis en zegt : "Haast je naar het gebed, want de adhân is geroepen." - dan valt het beantwoorden (van de oproep tot gemeenschappelijk gebed) niet weg voor hem omdat hij de adhân niet rechtstreeks heeft gehoord, want hij was op de hoogte van het ingaan van de (gebeds)tijd. De cruciale factor is de wetenschap, en niet het middel : het middel van de adhân. De adhân is dus een aankondiging, maar met wettige, gekende en precieze bewoordingen, overgeleverd volgens de Boodschapper (عليه السلام) met authentieke overleveringsketens.
 
[Vertaling : ابو معاذ محمد داود]