Uitleg van de Naam "al-Fattâh" - Shaykh 'Abd ar-Razzâq al-'Abbâd (hafidhahullâh)

op . Gepost in Tauwhied-al-asma-e-was-sifaat

De eerste, o broeders, weten we - en dat weten we allemaal - dat al-Fattâh Allah (subhânahu wa ta'âlâ) is. En Hij (jalla wa 'alâ) de Beste der Openers (van het goede) is. En al-Fattâh is één van Zijn Namen (jalla wa 'alâ).


Het is verplicht voor elke moslim die gelooft in Allah ('azza wajall) en gelooft in Zijn Schone Namen - en daartoe behoort Zijn Naam (tabâraka wa ta'âla) al-Fattâh -, dat hij het dichter komen bij Allah (tabâraka wa ta'âla) en Zijn aanbidding door middel van Zijn Namen perfectioneert. Handelend volgens Zijn uitspraak :

وَلِلَّهِ ٱلۡأَسۡمَآءُ ٱلۡحُسۡنَىٰ فَٱدۡعُوهُ بِہَا‌ۖ

"En aan Allah behoren de Schone Namen, roep Hem daarmee aan." [S. al-A'râf, v. 180]

En Hem (tabâraka wa ta'âlâ) aanroepen met Zijn Namen, hetgeen Hij ons bevolen heeft, omvat de smeekbede van aanbidding en de smeekbede van het verzoek.

Het omvat de smeekbede van de aanbidding door (de betekenis van) de Naam te begrijpen en te weten wat deze met zich meebrengt en de Eigenschap te bevestigen die door de Naam bewezen wordt, en vervolgens het aanbidden en het dichter bij Allah (tabâraka wa ta'âlâ) komen te verwezenlijken door middel van hetgeen verplicht is om in te geloven en hetgeen het geloof in deze Naam inhoudt.

En de Naam van Allah (tabâraka wa ta'âlâ), al-Fattâh, is een grootse Naam. Hij is op twee plaatsen vermeld in de Koran.

De eerste, (in) de uitspraak van Allah (subhânahu wa ta'âlâ) over de vermelding van de smeekbede van Shu'ayb ('alayhi s-salâm) :

رَبَّنَا ٱفۡتَحۡ بَيۡنَنَا وَبَيۡنَ قَوۡمِنَا بِٱلۡحَقِّ وَأَنتَ خَيۡرُ ٱلۡفَـٰتِحِينَ

"Onze Heer, doe een uitspraak tussen ons en ons volk, naar de Waarheid, en U bent de beste van de Oordelaars." [S. al-A'râf, v. 89]

En de tweede plaats, in Zijn uitspraak (tabâraka wa ta'âlâ) :

قُلۡ يَجۡمَعُ بَيۡنَنَا رَبُّنَا ثُمَّ يَفۡتَحُ بَيۡنَنَا بِٱلۡحَقِّ وَهُوَ ٱلۡفَتَّاحُ ٱلۡعَلِيمُ

"Zeg : 'Onze Heer zal ons bijeenbrengen, daarna zal Hij tussen ons oordelen volgens de Waarheid.' En Hij is de Oordelaar, de Kenner." [S. Saba', v. 26] [1]

En Zijn Naam (jalla wa 'alâ), al-Fattâh, bewijst de bevestiging van de Eigenschap al-Fathî voor Hem (jalla wa 'alâ). Deze grootse Eigenschap omvat (meerdere) betekenissen die de geleerden hebben vermeld. Deze (Eigenschap) is de inhoud van deze Naam.

Ze betekent dat Allah (tabâraka wa ta'âlâ) oordeelt tussen Zijn dienaren volgens Zijn

Wetgeving, en dat Hij (jalla wa 'alâ) oordeelt tussen Zijn dienaren volgens Zijn beloning, en dat Hij (tabâraka wa ta'âlâ) oordeelt tussen Zijn dienaren volgens Zijn lotsregels.

Hij (ta'âlâ) zegt :

مَّا يَفۡتَحِ ٱللَّهُ لِلنَّاسِ مِن رَّحۡمَةٍ۬ فَلَا مُمۡسِكَ لَهَاۖ وَمَا يُمۡسِكۡ فَلَا مُرۡسِلَ لَهُ ۥ مِنۢ بَعۡدِهِۚۦ وَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلۡحَكِيمُ

"Wat Allah voor de mensen schenkt aan Barmhartigheid, niemand kan het tegenhouden; en wat Hij tegenhoudt, buiten Hem kan niemand het loslaten. En Hij is de Almachtige, de Alwijze." [S. Fâtir, v. 2]

Dus Hij (tabâraka wa ta'âlâ) is al-Fattâh. Daarom is het eerste punt in dit discours dat wie in zichzelf wenst een sleutel tot het goede te zijn, terugkeert tot al-Fattâh (subhânahu) en naar de Beste der Openers van het goede (jalla wa 'alâ), door Hem te smeken, door zich nederig te maken voor Hem, verlangend naar Zijn giften (jalla wa 'alâ), oprecht met Hem (subhânahu).

En Allah ('azza wajall) ontgoochelt geen dienaar die Hem roept, en Hij duwt geen gelovige weg die wenst wat zich bij Hem bevindt terwijl hij hoopt op Hem (jalla wa 'alâ).

Dit is het eerste punt, al-fath (de schenking) komt volledig van Allah (jalla wa 'alâ). Hetgeen Hij je aan nuttige kennis heeft geschonken, hetgeen Hij je aan vrome daden heeft geschonken, hetgeen Hij je aan edel gedrag geschonken heeft, ...

Zoals een voorganger heeft gezegd : "Deze manieren (en gedrag) zijn geschenken. En als Allah (tabâraka wa ta'âlâ) houdt van Zijn dienaar, dan schenkt Hij hem deze."

Allah ('azza wajall) heeft het gedrag, de voorzieningen, de daden, de leeftijden verdeeld onder Zijn dienaren en alles komt van Hem (jalla wa 'alâ).

En daarom is de eerste zaak in dit discours de volledige terugkeer naar Allah ('azza wajall).

-------------------------------------------------------------------------------------
[1] Correctie op verspreking van de shaykh (hafidhahullâh) die het vers verkeerdelijk eindigt met het einde van het voorgaande vers.


[Vertaling : ابو معاذ محمد داود]