Imam Aba Butayn over het excuus van onwetendheid

op . Gepost in Takfir en het excuus van onwetendheid

Imam Abā Buṭayn[1] – moge Allah hem genadig zijn – zei het volgende:

‘Sommige van degenen die redetwisten omwille van de polytheïsten voeren het verhaal aan van degene die zijn familie opdroeg om hem te verbranden na zijn dood als argument dat degene die ongeloof begaat uit onwetendheid niet ongelovig wordt en dat alleen de koppige ongelovig wordt.

Het antwoord daarop in zijn geheel is: Dat Allah سبحانه وتعالى Zijn Boodschappers gezonden heeft als brengers van verheugende tijdingen en als waarschuwers, zodat de mens geen excuus tegenover Allah zou hebben na (de komst van) de Boodschappers. En het meest geweldige waar zij mee werden gestuurd en waar zij naar uitnodigden was: Het aanbidden van Allah alleen zonder deelgenoten aan hem toe te kennen en het verbod op shirk, wat het aanbidden van een ander dan Hem inhoudt. Dus als degene die grote shirk pleegt geëxcuseerd is vanwege onwetendheid, wie is dan degene die niet wordt geëxcuseerd?!

Het vereiste van deze bewering is: Dat Allah enkel een bewijs heeft tegen de koppige. Terwijl degene die deze bewering doet zijn eigen fundament niet kan veralgemeniseren, maar onvermijdelijk in tegenstrijdigheid valt. Want hij kan zich niet onthouden van het ongelovig verklaren van degene die twijfelt over de Boodschap van Mohammed صلى الله عليه وسلم of twijfelt over de Wederopstanding, of andere zaken die behoren tot de fundamenten van de Religie. De twijfelaar is onwetend. De juristen hebben het oordeel over de afvallige vermeld in de boeken van al-fiqh. De afvallige is de moslim die ongelovig is geworden door uitspraak, handeling, twijfel en/of geloofsovertuiging nadat hij de islam is binnengetreden. En de oorzaak van twijfel is onwetendheid.

En het vereiste hiervan is (ook): Dat wij de onwetenden van onder de joden, de nazarenen en degenen die de zon, de maan en de afgodsbeelden aanbidden vanwege hun onwetendheid niet ongelovig verklaren, noch degenen die door ʿAlī b. Abī Ṭālib رضي الله عنه met het vuur zijn verbrand, omdat wij er zeker van zijn dat zij onwetenden zijn. De moslims hebben een consensus over het ongeloof van degene die de joden en de nazarenen niet ongelovig verklaart, of twijfelt over hun ongeloof. En wij weten zeker dat de meesten van hen onwetenden zijn.’[2]

http://al-hikmah.nl/bestanden/vertalingen/artikelen/ababutayn.pdf

______________________________________
[1] Imam Abā Buṭayn: ʿAbd Allāh b. ʿAbd ar-Raḥmān b. ʿAbd al-ʿAzīz ‘Abā Buṭayn’ (1194-1282 AH) was een van de grote geleerden van Najd en werd ook wel ‘de moefti van de landen van Najd’ genoemd. Voor een uitgebreide biografie zie: ʿAbd Allāh al-Bassām, ʿUlamāʾ Najd khilāl thamāniya qurūn IV (Riyad 1419 AH) 225-244.
[2] ʿAbd ar-Raḥmān b. Muḥammad b. Qāsim (red.), Ad-durar as-saniyya fi-l-ajwiba an-najdiyya XII (z.p. 1996) 69. (Vertaling: Abū Junayd).