Opmerkelijke overlevering i.v.m. tovenarij - Shaykh 'Abd ar-Razzâq al-'Abbâd (hafidhahullâh)

op . Gepost in Sihr (tovenarij) en Ruqia

Ibn Kathîr (rahimahullâh) heeft in zijn tafsîr van dit Vers (Vers 102 van Soera al-Baqara) een verhaal overgeleverd dat hij beschreven heeft als opmerkelijk en hij heeft gezegd dat haar overleveringsketen jayyid (goed) is tot aan 'Â'isha (radiyAllâhu 'anhâ). 'Â'isha vermeldde dat een vrouw gekomen was van Dawma al-Jandal naar de Profeet (sallAllâhu 'alayhi wasallam). Ze zocht de Profeet ('alayhi s-salâtu was-salâm). Maar ze bereikte Medina na zijn dood, d.w.z. enkele dagen (erna). Toen ze Medina bereikt had en te weten kwam dat hij gestorven was, werd ze erg droevig en huilde ze bitter. Ze begon te huilen en ze sprak met 'Â'isha over het verhaal en ze vermeldde haar haar verhaal. En jullie vinden haar verhaal in de Tafsîr van Ibn Kathîr.

 

Naar betekenis en samengevat vertelde de vrouw dat ze haar echtgenoot verloren was. Haar echtgenoot bleef weg van haar, terwijl zij van hem hield. Ze was hem dus verloren en ze ging naar een oude vrouw en ze zei : "Ik ben mijn echtgenoot verloren. Ik wil dat je mij helpt zodat hij terugkomt."

 

Ze zei : "Ik zal je iets adviseren dat je moet doen. Je mag me daar niet ongehoorzaam in zijn en ik zal je echtgenoot doen terugkeren."

 

Ze hield van hem en zei : "Ik zal je niet ongehoorzaam zijn."

 

Ze bezocht haar op een moment en ze bracht twee zwarte honden mee. Ze bereed er één van en de vrouw bereed de andere. En ogenblikkelijk waren ze in Babylon, terwijl ze zich (zopas nog) in Dawma al-Jandal bevonden. En in een ogenblik waren ze in Babylon.

 

Er waren twee mannen die opgehangen waren aan hun voeten en ze zeiden : "Waarom zijn jullie gekomen ?" (De vrouwen) zeiden : "Wij zijn gekomen om tovenarij te leren." Ze zeiden : "Wij zijn slechts een beproeving. Wees dus niet ongelovig !"

 

Ze zeiden tegen haar : "Wij zijn slechts een beproeving. Wees dus niet ongelovig !"

 

Ze zei : "Ik wil de tovenarij leren." Dus zeiden ze haar : "Ga naar die oven en urineer erin." Ze wezen haar een oven toe en bevolen haar om erin te urineren. Ze ging dus naar de oven, voelde rillingen en keerde terug naar hen. Ze zeiden haar : "Heb je erin geürineerd ?" Ze antwoordde : "Ja."

 

Ze zeiden haar : "Wat heb je gezien ?" Ze zei : "Ik heb niets gezien."

 

Ze zeiden : "Je hebt gelogen. Je hebt niet geürineerd. Keer terug naar je land en wees niet ongelovig."

 

Ze zei : "Ik wil de tovenarij leren." Ze zeiden tegen haar : "Ga naar die oven en urineer erin." Dus ze ging ernaartoe, voelde opnieuw rillingen en keerde terug en zei : "Ik heb geürineerd."

 

Ze zeiden : "Wat heb je gezien ?" Ze zei : "Ik heb niets gezien."

 

Ze zeiden : "Je hebt gelogen. Keer terug naar je land en wees niet ongelovig." Keer terug naar je land en wees niet ongelovig !!

 

Ze zei : "Ik wil de tovenarij leren." Ze wou haar echtgenoot. Haar immense liefde voor haar echtgenoot maakte haar blind in haar zoektocht naar een middel om haar echtgenoot te vinden.

 

"En wees niet ongelovig." Ze zei : "Ik wil de tovenarij leren." Ze zeiden : "Ga naar die oven en urineer erin." Dus ging ze naar de oven en ze urineerde erin. En toen ze urineerde in de oven, vond ze of voelde ze dat er een ruiter uit haar kwam en dat hij in de lucht vloog en dat hij in de hemel ging, en zij zag hem.

 

Zij keerde naar hen terug en zei : "Ik heb erin geürineerd." Ze zeiden : "Wat heb je gezien ?" Ze zei : "Ik heb een ruiter gezien op een paard en dergelijke. Hij kwam uit mij en vloog in de hemel."

 

Ze zeiden : "Ja. Dat is jouw geloof dat weggegaan is."

 

Dat is jouw geloof dat weggegaan is ... Een tovenaar kan slechts een tovenaar zijn met wat ... ? Met ongeloof.

 

"Keer terug naar je land en wees niet ongelovig ..."

 

إِنَّمَا نَحۡنُ فِتۡنَةٌ۬ فَلَا تَكۡفُرۡ‌ۖ

 

"Voorwaar, wij zijn slechts een beproeving, wees daarom niet ongelovig." [S. al-Baqara, v. 102]

 

Ze zei tegen de oude vrouw die met haar mee was : "Er is mij niets gebeurd." Dus zei ze tegen haar : "Neem deze tarwe en gooi het weg." Ze gooide het weg.

 

Ze zei : "Zeg ertegen : Groei." En het groeide.

 

Ze zei : "Zeg ertegen : Word rijp." En het werd rijp.

 

Ze zei : "Zeg ertegen : Word droog." En het werd droog.

 

Ze zei : "Zeg ertegen : Word gemalen." En het werd gemalen.

 

Ze zei : "Zeg ertegen : Word brood." En het werd brood.

 

Ze merkte dat ze iets beval en ze zag dan gebeuren wat ze wou.

 

Op dat moment leed ze heel erg en werd ze heel erg droevig omwille van haar toestand, het feit dat ze deze etappe had bereikt. Deze etappe.

 

Dus kwam ze naar Medina om de Profeet (sallAllâhu 'alayhi wasallam) op te zoeken. Ze wou hem haar situatie uitleggen, maar ze vond dat hij gestorven was en begon te huilen.

 

Ze wou een oplossing. Haar geloof was vertrokken en ze bevond zich in deze situatie. En ze huilde over de ramp van haar geloof dat weg was. En zij wou haar geloof !

 

Ze begon de Metgezellen te vragen naar een oordeel, en telkens ze één van hen vroeg, stuurde die haar door naar een andere. Ze stuurden haar door naar de andere. Ze weerden haar zaak af, elkeen van hen stuurde haar door naar een andere.

 

Ibn 'Abbâs of iemand die bij hem was zei : "Als je ouders hebt, zal ik je antwoorden."

 

Alsof hij haar wou adviseren met de goedheid voor de ouders. SubhânAllâh ... En dat goedheid voor de ouders behoort tot de grootse en gezegende manieren om dichterbij (Allah) te komen waarmee de mens zijn situatie kan verbeteren als deze heel veel aandacht schenkt aan dit onderwerp en dichter bij Allah (subhânahu wa ta'âlâ) komt.

 

Hij zei : "Als je ouders hebt, zal ik je antwoorden."

 

Hishâm, één van de overleveraas van deze hadith, zei : "Als zij in onze tijd was gekomen, had ze veel idioten gevonden die haar een oordeel zouden geven."

 

D.w.z. de snelheid (overhaasting) in het geven van oordelen was aanwezig. Ze haastten zich om een oordeel uit te vaardigen. Terwijl de Metgezellen de kwestie afwendden, elkeen van hen stuurde het door naar een andere.

 

Dit is een verhaal dat ibn Kathîr (rahimahullâh) vermeld heeft. Hij zei dat haar overleveringsketen goed is tot aan 'Â'isha.

[Vertaling : ابو معاذ محمد داود]