De valsheid van de jahmiyya i.v.m. het geloof - Shaykh 'Abd al-'Azîz ar-Râjihî (hafidhahullâh)

op . Gepost in Glimp op de sekten

[De auteur Abû 'Ubayd al-Qâsim ibn Sullâm (rahimahullâh) heeft gezegd : ] En wat we beschreven hebben in het hoofdstuk "het geloof verlaten door zonden" vernietigt de uitspraak van al deze groepen ...

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] Zijn uitspraak : {het vernietigt de uitspraak van al deze groepen} D.w.z. het weerlegt hun uitspraak en hun valse madhhab.

Zijn uitspraak : {wat we beschreven hebben in het hoofdstuk "het geloof verlaten door zonden"} Hij zegt : wij weerleggen deze voorafgaandelijk vermelde groepen met betrekking tot hun uitspraak dat men het geloof verlaat door zonden. (En dat doen we) aan de hand van de teksten die we in het voorgaande hoofdstuk vermeld hebben, nl. dat de gelovige het geloof niet verlaat door zonden zoals eerder vermeld is. Als hij shirk asghar (kleine shirk) begaan heeft, of kufr asghar (klein ongeloof), of ontucht of diefstal gepleegd heeft, dan verdwijnt het geloof (deels) bij hem, maar hij verlaat de Islam niet.

En we antwoorden dus op deze groepen onder de categorieën van khawârij en mu'tazila met deze eerder vermelde teksten dat (deze daden) hun verrichter niet buiten het geloof plaatst en hem niet uitsluit van de benaming van geloof. Het sluit enkel de volmaaktheid van het geloof uit voor hem, hij is dus zwak van geloof.

Ja (d.w.z. lees maar het volgende).

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] ... behalve de jahmiyya. Voorwaar, hun doctrine wordt vermorzeld door de uitspraken van de mensen van de religie (d.w.z. de geleerden) en de Koran die hen verloochent, waar Hij gezegd heeft :

الَّذِينَ آتَيْنَاهُمُ الْكِتَابَ يَعْرِفُونَهُ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَاءَهُمْ

"Degenen aan wie Wij de Schrift hebben gegeven, kennen hem (Muhammad) zoals zij hun zonen kennen." [S. al-Baqara, v. 146]

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] D.w.z., hij zegt : behalve de jahmiyya, want hun madhhab is erger. De groepen die voorafgegaan zijn - de mu'tazila, ibâdiyya, sifriyya en fidliyya - van hen allen wordt hun madhhab vernietigd door de teksten die voorafgegaan zijn, (die aantonen) dat zonden degene die hen verricht niet buiten het geloof doen treden. Behalve de jahmiyya, want voorwaar hun madhhab wordt vernietigd door alle mensen van de religie. Alle moslims verwerpen hun madhhab en verklaren deze vals. En de Koran verklaart hun madhhab als leugen en vernietigt deze, omwille van haar slechtheid en haar verdorvenheid. Want voorwaar, de jahmiyya zeggen dat het geloof enkel het kennen van ALLAH met het hart omvat, en dat is een afschuwelijke madhhab en een verdorven madhhab. Alle moslims verwerpen haar en verklaren haar vals, nadat ALLAH haar al verloochend heeft en haar vernietiging door de Koran. De Koran verklaart hun madhhab vals, en de Sunna verklaart hun madhhab vals, en alle moslims veroordelen hen en verklaren hun madhhab vals, ja. Behalve de jahmiyya (zelf).

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] ... behalve de jahmiyya. Voorwaar, hun doctrine wordt vermorzeld door de uitspraken van de mensen van de religie (d.w.z. de geleerden) en de Koran die hen verloochent, waar Hij gezegd heeft :

الَّذِينَ آتَيْنَاهُمُ الْكِتَابَ يَعْرِفُونَهُ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَاءَهُمْ

"Degenen aan wie Wij de Schrift hebben gegeven, kennen hem (Muhammad) zoals zij hun zonen kennen." [S. al-Baqara, v. 146]

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] Ja, in dit Vers verduidelijkt ALLAH dat de mensen van het Boek de Boodschapper kennen zoals ze hun (eigen) zonen kennen. En desondanks zijn ze ongelovigen volgens unanimiteit van de moslims. De joden en de nassârâ zijn ongelovigen volgens unanimiteit van de moslims. Ze kennen hun HEER met hun harten, en ze kennen de waarachtigheid van Muhammad ('alayhi s-salâtu was-salâm) en desondanks zijn ze ongelovigen. Dit vernietigt de mahhab van de jahmiyya die zeggen : "Het geloof is het kennen van de HEER met het hart." Ja.

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] En Zijn uitspraak :

وَجَحَدُوا بِهَا وَاسْتَيْقَنَتْهَا أَنْفُسُهُمْ ظُلْمًا وَعُلُوًّا

"En zij ontkenden (Onze Tekenen), hoewel zij er zelf van overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed." [S. an-Naml, v. 14]

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] Zo heeft ALLAH ook verteld over Fir'awn en zijn volk - (Fir'awn) die de heerschappij claimde - dat hij zijn HEER kende met zijn hart. Hij kende met zekerheid de valsheid. ALLAH heeft gezegd :

وَجَحَدُوا بِهَا وَاسْتَيْقَنَتْهَا أَنْفُسُهُمْ ظُلْمًا وَعُلُوًّا

"En zij ontkenden (Onze Tekenen), hoewel zij er zelf van overtuigd waren, uit onrechtvaardigheid en hoogmoed." [S. an-Naml, v. 14]

En desondanks was Fir'awn een kopstuk in het ongeloof, een kopstuk inzake ongeloof en dwaling. En hij kende zijn HEER met overtuiging met zijn hart. Dit alles vermorzelt de madhhab van de jahmiyya die zeggen : "Het geloof is het kennen van de HEER met het hart." Ja.

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] En ALLAH vertelde over hen in termen van ongeloof (d.w.z. dat ze ongelovig waren), gezien ze ontkenden met hun tongen.

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] ALLAH vertelde over hen, d.w.z. over de mensen van het Boek, dat ze ongelovig waren. En evenzo waren Fir'awn en zijn volgelingen ongelovig, omdat ze ontkenden met hun tongen. En daarom zei Hij :

وَإِنَّ فَرِيقًا مِنْهُمْ لَيَكْتُمُونَ الْحَقَّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ

"En voorwaar, een groep onder hen verbergt zeker de waarheid, terwijl zij die kennen." [S. al-Baqara, v. 146]

Fir'awn ontkende de Boodschap, hij bestempelde Mûsâ als leugenaar en evenzo bestempelden de mensen van het Boek de Profeet (sallALLAHU 'alayhi wasallam) als leugenaar, en ze ontkenden zijn Boodschap voor hen. Dus waren ze ongelovig omwille van hetgeen ze verloochenden met hun tongen, ook al wisten ze het met hun harten. Ja.

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] Ook al wisten hun harten het.

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] Ja, hun harten wisten het, maar ze waren ongelovig omwille van wat ze verloochenden met hun tongen. Ja.

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] Vervolgens leert ALLAH ('azza wajall) ons over Iblîs, dat hij tot de ongelovigen behoort, ook al kent hij ALLAH met zijn hart en (erkent hij dat) ook met zijn tong.

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] Ja, over Iblîs heeft ALLAH ons geleerd dat hij ongelovig is. ALLAH (ta'âlâ) heeft gezegd :

وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَائِكَةِ اسْجُدُوا لِآدَمَ فَسَجَدُوا إِلَّا إِبْلِيسَ أَبَى وَاسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ الْكَافِرِينَ

"En toen Wij tot de Engelen zeiden : "Buig jullie voor Âdam," toen bogen zij behalve Iblîs. Hij weigerde en was hooghartig en hij werd één van de ongelovigen." [S. al-Baqara, v. 34]

Ondanks dat hij zijn HEER kende met zijn hart en (Hem erkende) met zijn tong. Want ALLAH vertelde over hem en zei :

قَالَ رَبِّ فَأَنْظِرْنِي إِلَى يَوْمِ يُبْعَثُونَ

"Hij (Iblîs) zei : Mijn HEER, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt." [S. al-Hijr, v. 36]

Hij kende dus zijn HEER met zijn hart en met zijn tong. Maar toen hij hooghartig was voor de aanbidding van ALLAH, werd hij ongelovig. Dus elke mens die zijn HEER kent met zijn hart en (Hem erkent met) zijn tong, dan volstaat dat niet in het geloof, totdat hij zich onderwerpt aan de wetgeving van ALLAH en Zijn religie. Ja.

[De auteur Abû 'Ubayd (rahimahullâh) heeft gezegd : ] Er kunnen nog vele dingen aangehaald worden, maar het zou lang duren om ze (allemaal) te vermelden. Allemaal weerleggen ze hevig hun uitspraak en (allemaal) vernietigen ze keihard (hun doctrine).

[Shaykh ar-Râjihî (hafidhahullâh) legt uit : ] De schrijver zegt : we hebben twee Verzen aangehaald, dit is bij wijze van voorbeeld. Los daarvan zijn de voorbeelden talrijk in het Boek en de Sunna. Allen vermorzelen ze de madhhab van de jahmiyya en weerleggen deze. En ze vernietigen haar keihard. Ja.

[Bron : "Sharh Risâla Kitâb al-Îmân" van Abû 'Ubayd al-Qâsim ibn Sullâm (rahimahullâh), met uitleg door Shaykh 'Abd al-'Azîz ar-Râjihî (hafidhahullâh)] [Vertaling : ابو معاذ محمد داود]