Zijn de shî'a onze broeders ? - Shaykh Sâlih al-Fawzân (hafidhahullâh)

op . Gepost in Glimp op de sekten

Vraag :

 

Moge Allah welwillend voor u zijn. Deze zegt : Sommige predikers en studenten van kennis zeggen bij het spreken over de shî'a en de râfida dat zij onze broeders zijn. Is het toegestaan dat we dat zeggen en wat is daarin gepast als het niet ... ?

 

 

Antwoord :

 

Bij Allah zijn wij vrij van hen en bij Allah zijn wij vrij van deze uitspraak. Zij zijn  niet onze broeders. Bij Allah, zij zijn niet onze broeders, maar zij zijn de broeders van shaytân. Want zij beledigen de Moeder der Gelovigen 'Â'isha (radiyAllâhu 'anhâ), de echtgenote van de Profeet (sallAllâhu 'alayhi wasallam) die Allah uitgekozen heeft voor Zijn Profeet (sallAllâhu 'alayhi wasallam). ('Â'isha) as-Siddîqa, de dochter van (Abû Bakr) as-Siddîq. En ze verklaren Abû Bakr en 'Umar ongelovig en vervloeken hen. En ze verklaren de metgezellen in totaliteit ongelovig, behalve ahl al-bayt, 'Alî ibn Abî Tâlib (radiyAllâhu 'anhu), ook al zijn zij de vijanden van 'Alî ibn Abî Tâlib. 'Alî is vrij van hen, moge Allah tevreden zijn over hem, (hij is) vrij van hen. 'Alî is onze imam en niet hun imam. Hij is de imam van Ahl as-Sunna, niet de imam van die smerige râfida.

 

Wij zijn dus vrij van hen bij Allah, zij zijn niet onze broeders. En wie zegt dat zij onze broeders zijn, die moet berouw tonen aan Allah en vergeving vragen aan Allah. En Allah (jalla wa 'alâ) heeft ons verplicht om ons te distantiëren van de mensen van dwaling en de mensen van îmân (geloof) te bevrienden. Ja.

 

[Vertaling : ابومعاذمحمدداود]