Let op voor alles wat je daden nutteloos kan maken - Shaykh 'Alî ibn Nâsir al-Faqîhî (hafidhahullâh)

op . Gepost in Al-Ikhlas

Shaykh Sâlih al-Fawzân (hafidhahullâh) heeft gezegd :

 

En de religie van Ibrâhîm is dat je Allah aanbidt door Hem een zuivere aanbidding te wijden. Dit is al-Hanîfîyya. Hij heeft niet enkel gezegd "dat je Allah aanbidt", maar hij zei : "door Hem een zuivere aanbidding te wijden". D.w.z. dat je je weghoudt van shirk (het toekennen van deelgenoten aan Allah), want als shirk zich vermengt met de aanbidding, wordt ze nietig. De aanbidding kan slechts (geldig) zijn als ze vrij is van grote en kleine shirk.

 

 Shaykh 'Alî ibn Nâsir al-Faqîhî (hafidhahullâh) heeft dit als volgt becommentarieerd :

 

Grote shirk is dat je met Allah een ander dan Hem aanroept, dat je offert voor een ander dan Allah, dat je een vrome eed zweert aan een ander dan Allah, dat je een ander dan Allah om hulp vraagt ... Dit alles zijn vormen van grote shirk, en als ze in jouw daden terechtkomt, dan worden deze nietig. Allah ('azza wajall) zegt in Zijn Boek :

 

إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغۡفِرُ أَن يُشۡرَكَ بِهِۦ وَيَغۡفِرُ مَا دُونَ ذَٲلِكَ لِمَن يَشَآءُ‌ۚ 

 

"Voorwaar, Allah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten toegekend worden, maar Hij vergeeft daarnaast alles, aan wie Hij wil." (S. an-Nisâ', v. 48)

 

De kleine shirk hebben de geleerden uitgelegd als uiterlijk vertoon. De mens verricht een daad voor de schijn voor de mensen. D.w.z. dat hij wil dat de mensen zeggen dat hij, bijvoorbeeld, als hij liefdadigheid schenkt, dat hij moskeeën bouwt, dat hij de behoeftigen helpt. Hij wil dat de mensen over hem zeggen dat hij een vrijgevige man is, dat deze man zo en zo is ... Dit wordt uiterlijk vertoon genoemd (riyâ'). Dit uiterlijk vertoon maakt de daad vruchteloos waarin ze terechtkomt.

 

Wanneer de Boodschapper (sallAllâhu 'alayhi wasallam) gevraagd werd over de mujâhid op het Pad van Allah, zei hij : "Dat is degene die strijdt opdat het Woord van Allah het hoogste zou zijn."

 

Als een man strijdt uit dapperheid, dan weet Allah ('azza wajall) wat er in zijn hart zit. Dus wanneer hij zal zeggen : "Ik heb gestreden op Uw Pad", dan zal Allah ('azza wajall) zeggen op de Dag der Opstanding : "Je hebt gelogen. Je hebt enkel gestreden opdat er over jou gezegd zou worden dat je dapper was en dat werd gezegd."

Als hij geld uitgeeft opdat de mensen hem zouden bedanken en hem zouden prijzen ... als hij zal zeggen : "Er was geen pad of weg onder de wegen van het goede zonder dat ik er op heb uitgegeven (voor U)", dan zal Allah ('azza wajall) zeggen : "Je hebt gelogen. Je hebt enkel uitgegeven opdat er over jou gezegd zou worden dat je een weldoener was en dat werd gezegd."

 

D.w.z. wat je wou, heb je bereikt. Je hebt iets verricht waarvoor je een beloning wou en de beloning die je wou in het wereldse leven, was dat ze je zouden loven en prijzen. Ze hebben je dus geprezen en gecomplimenteerd en er blijft jou niets over voor het Hiernamaals.

 

En daarom is oprechtheid onontbeerlijk, de daad moet zuiver voor het Aangezicht van Allah (tabâraka wa ta'âlâ) verricht worden.

 

De aanbidding moet dus zuiver en vrij zijn van grote en kleine shirk. We hebben gezien dat grote shirk alle daden nietig maakt en dat kleine shirk de daad nietig maakt waarin ze terechtkomt.

 

Je hebt 100 000 riyal liefdadigheid gegeven, maar je wou met deze liefdadigheid uiterlijk vertoon opvoeren voor de mensen. Je zal dus niets bekomen van haar beloning. Maar zal het jouw andere daden nietig maken ? Nee.

Is dat begrepen ?

 

De daad waarin het uiterlijk vertoon voorkomt, is degene die nietig wordt. De betekenis daarvan is dat je geen enkel voordeel zal halen uit deze daad, want je hebt hem niet verricht voor het Aangezicht van Allah, maar je wou enkel dat de mensen jou zouden complimenteren en danken, en ze hebben jou gecomplimenteerd en bedankt.

 

Wat grote shirk betreft, deze maakt alle daden nietig. Als je een ander dan Allah aanroept, dan blijft jou geen gebed, geen zakât, geen bedevaart en geen vasten. Alles is nutteloos geworden, omdat Allah zegt :

 

إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغۡفِرُ أَن يُشۡرَكَ بِهِۦ وَيَغۡفِرُ مَا دُونَ ذَٲلِكَ لِمَن يَشَآءُ‌ۚ 

 

"Voorwaar, Allah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten toegekend worden, maar Hij vergeeft daarnaast alles, aan wie Hij wil." (S. an-Nisâ', v. 48)

 

Als je dus deelgenoten toekent aan Allah, in die zin dat je anderen dan Hem aanroept, of hulp hebt gezocht bij een ander dan Hem, of geofferd hebt aan een ander dan Hem ... verdwijnen al jouw daden. Het is dus verplicht voor de moslim om meer dan wat ook over zijn geloofsovertuiging te waken.

We zijn gekomen voor de bedevaart en de bedevaart behoort tot de uitwendige daden. Als we als doel hebben dat bij onze terugkeer naar onze landen, onze buren tegen ons zullen aanspreken met "O Hajj X, o Hajj Y, o Hajj Z" ... als dat jouw bedoeling is, dan zal je enkel dat hebben van jouw bedevaart.

 

Maar als je deze verplichting wou verrichten voor Allah ('azza wajall), dan zal je terugkeren - zoals in de hadith vermeld is - "zoals de dag waarop je moeder je gebaard heeft." De bedevaarder die oprecht zijn bedevaart verricht, met zuiver geld, zuiver handelend voor het Aangezicht van Allah ('azza wajall) en (de Sunna) volgend van de Boodschapper van Allah (sallAllâhu 'alayhi wasallam), laat zijn zonden achter (en keert terug) zoals de dag waarop zijn moeder hem gebaard heeft.

 

Maar als je wou dat de mensen over jou zouden zeggen "Hajj zus en zo", en je wou enkel dat, dan zal je uit deze daad en deze vermoeidheid enkel dat hebben.

 

Vervolgens waarschuw ik sommige broeders, moge Allah hen belonen met het goede. Sommige mensen trekken hun ihrâm aan en daarna gaat hij in de moskee gaan staan of voor de minaret of voor de heilige plaatsen waarheen ze zich dienen te begeven, waarna ze vragen om zich op deze manier te fotograferen. Wanneer hij terugkeert naar zijn land, neemt (ontwikkelt) hij deze foto, plaatst hem in een mooi kader en hangt hem op in het salon.

 

Wanneer hij gasten ontvangt, is het alsof hij hen zegt : "Zie eens wat ik gedaan heb."

 

Ik waarschuw jullie tegen dit, want dit behoort tot dit onderwerp, het behoort tot het uiterlijk vertoon. De mens moet zich weghouden van deze dingen, waarvan hij denkt dat ze onbetekenend zijn. Hij moet opletten voor deze dingen die zijn daden kunnen nietig maken, die hij verricht heeft voor het Aangezicht van Allah (tabâraka wa ta'âlâ). Ja.

 

 

[Bron : Uit de aantekeningen van Shaykh 'Alî ibn Nâsir al-Faqîhî (hafidhahullâh) bij de commentaar van Shaykh Sâlih al-Fawzân (hafidhahullâh) op "Al-Qawâ'id al-Arba'a" van Shaykh Muhammad ibn 'Abd al-Wahhâb (rahimahullâh). 

 

[Vertaling : ابو معاذ محمد داود]